Veranderingen in het verkeersrecht van toepassing vanaf 15 februari 2018

1) Particuliere houder kentekenplaat van geflitst voertuig moet identiteit bestuurder meedelen

Een particuliere houder van een kentekenplaat die van de politie een pv in de bus krijgt voor een verkeersovertreding, maar niet de bestuurder was op het moment van de feiten, is voortaan verplicht om de identiteit mee te delen van de effectieve bestuurder. Indien dit hij dit niet doet, riskeert hij een gevangenisstraf tot 2 jaar en een geldboete tot 4.000 euro.

Het niet meedelen van de bestuurder wordt voortaan strafbaar gesteld op basis van het nieuwe, tweede lid van artikel 29ter van de Wegverkeerswet.

Tot voor kort was het meedelen van de zogenaamde ‘onbekende bestuurder’ niet verplicht voor particuliere houders van kentekenplaten. Deze strenge maatregel moet zorgen voor een efficiëntere bestraffing van verkeersovertreders.

Voortaan zal de houder effectief moeten bewijzen dat hij niet de houder was. Indien hij er in slaagt om te bewijzen dat hij niet de bestuurder was, is hij verplicht om de echte identiteit van de bestuurder kenbaar te maken. Dit geldt behalve in geval van diefstal, fraude of overmacht.

De particuliere houder wordt dus verondersteld zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Indien hij dit niet doet, kunnen er zware sancties volgen. Dit gaat van een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en een geldboete van 50 tot 4.000 euro (of één van beiden). Daarnaast kan er een rijverbod worden uitgesproken voor minstens 8 dagen en maximaal 5 jaar of levenslang. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen de 3 jaar.

2) Strengere straffen voor vluchtmisdrijf en rijden zonder rijbewijs

Er wordt voorzien in strengere straffen voor vluchtmisdrijf en rijden zonder rijbewijs. In de wetswijziging is er vooral bijzondere aandacht voor een strengere aanpak van recidivisten.

• Vluchtmisdrijf

Er wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen:

-Ongevallen met alleen stoffelijke schade : gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden en een geldboete van 200 tot 2.000 euro (of één van die straffen).

-Ongevallen met lichamelijk letsel : gevangenisstraf van 15 dagen tot 3 jaar en een geldboete van 400 tot 4.500 euro (of één van die straffen) en met een rijverbod en voor een duur van ten minste 3 maanden en ten hoogste 5 jaar of levenslang.

-Ongevallen met dodelijke afloop : een gevangenisstraf 15 dagen tot 4 jaar en een geldboete van 400 tot 5.000 euro (of één van straffen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste 3 maanden en ten hoogste 5 jaar of levenslang.

-Recidive : nieuw vluchtmisdrijf binnen de 3 jaar:

  1. * een gevangenisstraf van 4 jaar en een geldboete van 400 tot 5.000 euro (of één van die straffen) bij een nieuw vluchtmisdrijf met stoffelijke schade
  2. * een gevangenisstraf van een maand tot 8 jaar en een geldboete van 800 tot 1.00 euro (of één van die straffen) bij een nieuw vluchtmisdrijf met lichamelijke schade of dodelijke afloop.

• Rijden zonder rijbewijs

Wie betrapt worden op het rijden zonder rijbewijs of een gelijkaardig geval, riskeert voortaan niet enkel een geldboete 200 tot 2.000 euro maar ook een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 jaar. Bij herhaling binnen de 3 jaar worden de straffen verdubbeld.

3) Verplicht alcoholslot

Ter aanvulling van ons vorige artikel betreffende het alcoholslot, hieronder de situatie zoals ze eruit zal zien vanaf 1 juli 2018:

Bij lichte alcoholintoxicatie vanaf 0,8 promille, zal de rechter nog steeds kunnen kiezen of hij al dan niet een alcoholslot oplegt. Vanaf 1,8 promille is de rechter in principe verplicht om altijd een alcoholslot op te leggen, tenzij hij meent dat dit geen adequate bestraffing inhoudt. Deze afwijkende beslissing zal altijd grondig moeten worden gemotiveerd.

Gelet op de hoge kost van het alcoholslot, wordt er nog steeds wettelijk voorzien dat de opgelegde geldboete kan worden verminderd met de kosten van het alcoholslot.

Zowel bij lichte alcoholintoxicatie als bij zware intoxicatie kan de rechter het alcoholslot uitsluiten voor bepaalde voertuigcategorieën. Deze maatregel dient in eerste instantie ter bescherming van professionele bestuurder. Denk aan een professionele vrachtwagenchauffeur, buschauffeur,…

Opgelet! In geval van recidive zal de rechter niet kunnen afwijken van het alcoholslot als verplichte sanctie. Bestuurders die binnen de 3 jaar opnieuw veroordeeld worden, krijgen hoe dan ook een alcoholslot vanaf het moment dat er een alcoholintoxicatie wordt vastgesteld van 1,2 promille of meer. Daarbovenop moet de rechter vanaf 1 juli 2018 ook altijd de 4 proeven en een rijverbod van minstens 3 maanden opleggen.

De dronken fietser en het rijverbod

U las ongetwijfeld wel eens over de ernstige strafrechtelijke gevolgen die fietsen onder invloed met zich meebrengen.

Het was immers verplicht voor de rechter om in dat geval het rijverbod uit te spreken en in praktijk dus het rijbewijs van de dronken fietser af te nemen. Dit werd wel eens als onrechtvaardig aangevoeld. Het is immers zo dat veel fietsers net de fiets en niet de auto nemen, omdat ze zich bewust zijn van de ernstige strafrechtelijke gevolgen en vooral menselijke drama’s bij het geïntoxiceerd/ dronken rijden met de auto.

Bovendien gebeurt het ook regelmatig dat de dronken fietsers geen rijbewijs hebben. In dat geval is een rijverbod uiteraard compleet zinloos.

Sedert 1 oktober 2017 is er echter verandering gebracht, in die zin dat het rijverbod niet langer meer verplicht is, maar facultatief. Concreter wordt volgende paragraaf in de wetgeving ingepast : “De rechter is niet verplicht om het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens of onderzoeken indien de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring.”

De rechter kan dus zelf beslissen of hij een rijverbod uitspreekt in het geval er een overtreding met de fiets wordt vastgesteld. Hetzelfde geldt voor het ‘herstel in het recht tot sturen’. Ook dan kan de rechtbank zelf beslissen of dit herstel afhankelijk moet gemaakt wordt van examens, medische en psychologische proeven.

In dit verband is het bovendien nuttig te duiden wat het verschil is tussen dronkenschap en intoxicatie in het verkeer. Deze zaken kunnen u mogelijks verwarren.

Het feit dat u geïntoxiceerd bent, betekent dat de ademanalyse een te hoge alcoholconcentratie aangeeft. Dronkenschap wil dan weer zeggen dat u door de inname van alcohol niet de vereiste lichaamsgeschiktheid/ beheersing hebt om een voertuig te besturen. Dit veruitwendigt zich regelmatig in uitwendige tekens, zoals rode bloeddoorlopen ogen, dubbele tong, het niet meer op een rechte lijn kunnen lopen…

Het is dus niet omdat u geïntoxiceerd bent, dat u dronken bent. Omgekeerd uiteraard wel.

Wat betreft het fietsen onder invloed, geldt het feit dat een rijverbod niet meer langer verplicht is zowel voor geïntoxiceerd fietsen als dronken fietsen.

Nieuw rijbewijsexamen en opleiding voor cat. B

Met zijn Vlaams Verkeersveiligheidsplan wil Minister Weyts een halt toe roepen aan het aantal verkeersdoden. Eén van de belangrijkste peilers van zijn plan is een betere rijopleiding en -examinering.

Recent zijn diverse wijzigingen met betrekking tot het rijbewijs cat. B in werking getreden, en vanaf 1 oktober 2017 volgen nog nieuwe wijzigingen:

Vanaf 1 juni 2017 wordt bij het theoretisch rijexamen een onderscheid gemaakt tussen zware overtredingen en lichte fouten. Zware overtredingen zijn alle overtredingen van de derde (bijv. negeren rood licht, overschrijden witte doorlopende streep, …) en de vierde graad (bijv. niet naleven van bevelen politie), alsook alle overtredingen met betrekking tot het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid.

Voor het overige blijft het theoretisch examen bestaan uit 50 vragen, waarvan de kandidaat-bestuurder minstens 41/50 moet halen. Bij een zware overtreding worden 5 punten afgetrokken, zodat de kandidaat-bestuurder slechts één zware fout kan begaan.

Verder zal vanaf 1 juni 2017 de kandidaat-bestuurder 6 mogelijke maneuvers moeten kunnen uitvoeren. Door loting zullen er 2 bepaald worden die dienen uitgevoerd te worden.

Aan het praktijkexamen worden tevens 2 vaardigheden gekoppeld als bijkomend evaluatiecriterium: het zelfstandig rijden op de openbare weg, en de uitvoering van een gevaarherkenningstest. Dit laatste betreft een computertest die afgelegd wordt vóór de proef op de openbare weg. Deze test zal nagaan of de kandidaat-bestuurder de potentiële gevaren op de weg tijdig kan herkennen en inschatten.

Voor alle kandidaat-bestuurders die vanaf 1 oktober 2017 een voorlopig rijbewijs zullen aanvragen, wordt de minimum praktijkervaring opgetrokken van 3 naar 9 maanden. De kandidaat zal minimum 9 maanden moeten oefenen onder dekking van het voorlopig rijbewijs alvorens te kunnen deelnemen aan het praktijkexamen.

Voor wie gebruikt maakt van de vrije begeleiding, wordt voorzien in een verplicht vormingsmoment voor de begeleider. Voordat men als begeleider kan optreden, dient deze een verplichte vorming van 3 uren te volgen bij een erkende rijschool of zelfstandig instructeur.