Nieuw vanaf 16 november 2017 : Krakers niet langer een harde noot om te kraken?

in Blog

U zal het de laatste maanden vast en zeker in het nieuws en in verscheidene media hebben zien verschijnen: de problematiek van de krakers.

Hoewel er reeds verschillende strafbaarstellingen bestonden (bijvoorbeeld huisvredebreuk, vernieling van afsluitingen,…), konden eigenaars die geconfronteerd werden met krakers in de praktijk vaak alleen via een procedure voor de Vrederechter de uitzetting bekomen. Dit was vaak complex en duurde (te) lang.

De Wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed moet aan deze verzuchtingen tegemoet komen. Sinds 16 november 2017 is deze wet in werking getreden.

Door deze nieuwe wetgeving is kraken zelf voortaan strafbaar gesteld en is het de bedoeling dat erg snel gereageerd zou kunnen worden, zowel wanneer bewoonde als onbewoonde panden worden gekraakt. Er wordt wel een onderscheid gemaakt in de strafmaat naargelang de woning, het appartement, de kamer of het verblijf bewoond was of leegstond.

In het geval van bewoonde panden is men strenger en wordt dit bestraft met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar én een geldboete van 26 tot 300 euro.

In het geval van onbewoonde panden is er sprake van een gevangenisstraf van 8 dagen tot een maand en een geldboete van 26 tot 100 euro. Ook het kraken van bijvoorbeeld garageboxen of tuinhuizen is strafbaar. Voor onbewoonde panden is wel een klacht van de eigenaar of een andere houder van een titel of recht op het betrokken goed nodig.

Wie een onbewoond pand kraakt en geen gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming riskeert daarenboven een gevangenisstraf van 8 dagen tot een jaar en een geldboete van 26 tot 200 euro (of een van deze straffen).

Ook werd in de wet voor het kraken van onbewoonde panden in een extra bescherming voorzien, namelijk dat de procureur des Konings op verzoek van de houder van een recht of titel de ontruiming van het onbewoonde pand kan bevelen binnen een termijn van 8 dagen. De procureur des Konings moet normaal gezien wel eerst de partijen horen en beoordelen of het verzoek kennelijk gegrond lijkt. Ook beschikt de kraker nog steeds over de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij de Vrederechter, vanzelfsprekend met mogelijke vertragingen en kosten tot gevolg. Het is dan ook de vraag of dit werkelijk tot een snellere uithuiszetting zal leiden.

Deze mogelijkheid werd in de wet niet expliciet voorzien in het geval van bewoonde panden, hetgeen onduidelijkheid in de hand werkt.

Tot slot werd naast dit strafrechtelijk luik ook de burgerlijke procedure bij de Vrederechter aangepast met de bedoeling om sneller te kunnen optreden. Toch lijkt het mogelijk dat in het slechtste geval het alsnog weken kan duren vooraleer de Vrederechter een uitspraak doet. Bovendien is de uitdrijving in de meeste gevallen maar mogelijk vanaf de achtste dag na betekening van het vonnis.

Het is dan ook de vraag of deze nieuwe wetgeving effectief het gewenste effect zal hebben. In ieder geval zal deze nieuwe wetgeving geëvalueerd en besproken worden voor 2020.

Nieuw rijbewijsexamen en opleiding voor cat. B

Met zijn Vlaams Verkeersveiligheidsplan wil Minister Weyts een halt toe roepen aan het aantal verkeersdoden. Eén van de belangrijkste peilers van zijn plan is een betere rijopleiding en -examinering.

Recent zijn diverse wijzigingen met betrekking tot het rijbewijs cat. B in werking getreden, en vanaf 1 oktober 2017 volgen nog nieuwe wijzigingen:

Vanaf 1 juni 2017 wordt bij het theoretisch rijexamen een onderscheid gemaakt tussen zware overtredingen en lichte fouten. Zware overtredingen zijn alle overtredingen van de derde (bijv. negeren rood licht, overschrijden witte doorlopende streep, …) en de vierde graad (bijv. niet naleven van bevelen politie), alsook alle overtredingen met betrekking tot het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid.

Voor het overige blijft het theoretisch examen bestaan uit 50 vragen, waarvan de kandidaat-bestuurder minstens 41/50 moet halen. Bij een zware overtreding worden 5 punten afgetrokken, zodat de kandidaat-bestuurder slechts één zware fout kan begaan.

Verder zal vanaf 1 juni 2017 de kandidaat-bestuurder 6 mogelijke maneuvers moeten kunnen uitvoeren. Door loting zullen er 2 bepaald worden die dienen uitgevoerd te worden.

Aan het praktijkexamen worden tevens 2 vaardigheden gekoppeld als bijkomend evaluatiecriterium: het zelfstandig rijden op de openbare weg, en de uitvoering van een gevaarherkenningstest. Dit laatste betreft een computertest die afgelegd wordt vóór de proef op de openbare weg. Deze test zal nagaan of de kandidaat-bestuurder de potentiële gevaren op de weg tijdig kan herkennen en inschatten.

Voor alle kandidaat-bestuurders die vanaf 1 oktober 2017 een voorlopig rijbewijs zullen aanvragen, wordt de minimum praktijkervaring opgetrokken van 3 naar 9 maanden. De kandidaat zal minimum 9 maanden moeten oefenen onder dekking van het voorlopig rijbewijs alvorens te kunnen deelnemen aan het praktijkexamen.

Voor wie gebruikt maakt van de vrije begeleiding, wordt voorzien in een verplicht vormingsmoment voor de begeleider. Voordat men als begeleider kan optreden, dient deze een verplichte vorming van 3 uren te volgen bij een erkende rijschool of zelfstandig instructeur.

Een onder dwang getekende overeenkomst wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord. Onomkeerbaar? 3 concrete voorbeelden. (bis)

Een werknemer wordt voor de keuze gesteld: ofwel een ontslag om dringende reden, wegens al dan niet gepleegde ernstige feiten, ofwel een overeenkomst tot beëindiging in onderling akkoord. Hierbij doet de werknemer afstand van een opzegvergoeding. Werknemers die gedwongen worden om te tekenen, trachten vervolgens de geldigheid van deze overeenkomst aan te vechten.

Principe: geldige wilsuitdrukking om te contracteren zonder wilsgebreken
Bij een rechtsgeldig tot stand gekomen overeenkomst, mag de wil niet aangetast zijn door een wilsgebrek. Een wilsgebrek kan de overeenkomst vernietigen.

Dwang of geweld is een dergelijk wilsgebrek. Er kan pas sprake zijn van moreel geweld als het onrechtvaardig of ongeoorloofd is. De loutere dreiging met een ontslag om dringende reden, tast de wil om te tekenen niet per definitie aan. De rechter mag het onrechtmatige karakter van de dwang afleiden uit de omstandigheden waarin de werkgever de overeenkomst laat ondertekenen en niet uit het onderzoek van de gebeurlijke ernst van de verwijten. Daarnaast dient morele dwang ook determinerend te zijn en van aard zijn om indruk te maken op een redelijk persoon. De leeftijd en de functie van de werknemer kunnen hier een rol spelen..

Welke omstandigheden leiden tot onrechtmatige dwang?

1. Moreel geweld werd aanvaard door het Arbeidshof Bergen (17 december 2001), aangezien de oproeping voor het gesprek geen reden vermeldde, de werknemer de verweten feiten niet kon verwachten, hij zijn verdediging niet kon voorbereiden, hij geen raadsman kon raadplegen en hem geen bedenktijd toekwam, waardoor hij enkel een vooraf opgemaakt stuk kon ondertekenen voor een gezagsorgaan.

2. Geen moreel geweld werd aanvaard door het Arbeidshof Brussel in een arrest van 12 januari 2016. De tekortkomingen van een CEO werden in zijn bijzijn besproken op een vergadering 10 dagen eerder waar zijn ontslag was geagendeerd. De CEO keurde het verslag van deze vergadering goed mits enkele bemerkingen. Hij werd niet verrast en kon zich adequaat verdedigen, mede gelet op zijn hoge functie waarin hij gewoon was om belangrijke contracten te evalueren en te ondertekenen.

3. Morele dwang werd weerhouden door het Arbeidshof Bergen (26 februari 2016). Een filiaalverantwoordelijke werd zonder aankondiging tijdens de werkuren door 2 oversten geïnterpelleerd. Een collega had tegen haar een pestklacht ingediend en men bevestigde de mogelijke zware gevolgen (verlies recht op RVA-uitkeringen, gevangenisstraf, …). Ondanks de effectieve pestklacht en het feit dat de syndicaal afgevaardigde aanwezig was, had de werkneemster geen bedenktijd gekregen en was de werkgever tot actie overgegaan vooraleer de preventieadviseur zijn onderzoek was gestart.