De Winstpremie voor werknemers: nieuw vanaf 1 januari 2018

Vanaf 1 januari 2018 kunnen werkgevers een deel van hun winst als bonus toekennen aan hun werknemers.

Bijzonderheden

De winstpremie is een premie in geld.

De premie vervangt de vroegere ‘deelname in de winst’.

De werkgever is vrij om een systeem van winstdeelname in te voeren. De invoering is dus geen verplichting.

De premie telt niet mee bij de berekening van de loonnorm.

De werkgever kan de premie niet toekennen ter vervanging van loon, andere voordelen. Het is een op zich staande premie.

Alle werknemers moeten de premie krijgen. Individuele voordelen zijn niet toegelaten. De werkgever kan het bedrag niet koppelen aan individuele prestaties.

Toepassingsgebied

De premie kan toegekend worden door alle vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-inwoners. Vzw’s en openbare instellingen zijn uitgesloten.

De begunstigden zijn de werknemers. De bedrijfsleiders zijn uitgesloten.

2 Varianten

- Identieke winstpremie: het bedrag is gelijk (of betreft een gelijk percentage van het loon) voor alle werknemers.

Invoering van de identieke winstpremie: via een beslissing door de algemene vergadering met een gewone meerderheid van de stemmen.

- Gecategoriseerde winstpremie: verschillende premie voor elke werknemerscategorie afhankelijk van een verdeelsleutel obv objectieve criteria (met een differentiatie die niet hoger mag zijn dan 1 op 10): anciënniteit, graad, functie, weddeschaal, vergoedings- en/of vormingsniveau.

Invoering van de gecategoriseerde winstpremie: via een specifieke ondernemings-CAO of een toetredingsakte (als er geen vakbondsafvaardiging is).

Maximumbedrag

Het totale bedrag van de premie mag niet hoger zijn dan 30% van de totale brutoloonmassa.

De toekenning van een premie doet geen rechten ontstaan voor de toekomst. De werkgever dient elk jaar een nieuw initiatief te nemen voor toekenning. Er kan geen sprake zijn van verworven rechten.

Gunstig fiscaal en parafiscale behandeling

Werknemer Werkgever
Sociale Zekerheid 13,07% 0%
Belastingen 7% verworpen uitgave: dus onderworpen aan 29%

Conclusie

De voordelen van de winstpremie zijn vergelijkbaar met die van de niet-recurrent resultaatsgebonden voordelen van CAO nr. 90. De verhouding Kost Werkgever/Netto Werknemer van de regeling van CAO nr. 90 is nog net iets interessanter.

Maar de toekenning van de niet-recurrent resultaatsgebonden voordelen conform CAO nr. 90 is sterk gereglementeerd wat betreft de invoeringsprocedure, de hoogte van het bedrag is beperkt, de doelstellingen waaraan de bonus is gekoppeld zijn beperkt, … De toekenning van winstdeelnames biedt meer mogelijkheden en is om die reden aantrekkelijker.

Mobiliteitsproblemen en grote bouwprojecten

in Blog

Steeds vaker stellen we vast dat mobiliteitsproblemen een lastig obstakel vormen bij het verlenen van vergunningen voor de bouw en exploitatie van projecten.

Onlangs nog weigerde de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant de milieuvergunningsaanvraag van Ghelamco Invest voor de uitbating van het multifunctionele Eurostadion op parking C in Grimbergen.

De mobiliteitsimpact die een project veroorzaakt, blijkt meestal uit de milieueffectrapportage (MER). Deze rapportage voert een onderzoek naar de mogelijke milieugevolgen van bepaalde vergunningsplichtige activiteiten of ingrepen. Ze garandeert op die manier een volwaardige rol voor het milieu in de besluitvorming over projecten.

De wettelijke basis van de milieueffectenrapportage in het Vlaamse gewest is te vinden in het decreet algemene bepalingen milieubeleid (het zogenaamde DABM) en de uitvoeringsbesluiten daarbij.

Het besluit van 2004 bepaalt welke projecten MER-plichtig zijn: het gaat daarbij om de grotere bouw- en infrastructuurwerken en de aanleg van autowegen die aanzienlijke mobiliteitsbewegingen genereren.

Omwille van de mogelijk schadelijke impact van een verkeerstoename op de omgeving worden in de effectenrapportage ook de mobiliteitseffecten van het project in kwestie opgenomen.

De beschrijving en de beoordeling van de effecten van het geplande project, al dan niet in samenhang met andere projecten, op de mobiliteitstoestand van het projectgebied behoort dan ook tot de minimale inhoud van een milieueffectenrapport (art. 4.3.7, § 1 DABM).

Voor projecten die niet onderworpen zijn aan de milieueffectrapportage, maar toch relevante mobiliteitseffecten kunnen creëren, wordt de mobiliteitsimpact onderzocht in een zogenaamde mobiliteitstoets of mobiliteitseffectenrapport (MOBER), die door een besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 verplicht wordt gemaakt.

Zowat elk bouw- of infrastructuurproject van enige omvang blijkt zich immers vast te rijden op een mobiliteitsinfarct. Problematisch is dat de aanpak van de mobiliteitsproblematiek vaak niet of slechts zeer gedeeltelijk kan worden opgelost binnen het project.

Ook Uplace vormt een probleem in verband met de mobiliteit. Uplace zou zijn 190.000 vierkante meter winkel- en belevingscentrum in Machelen naast het viaduct van Vilvoorde moeten laten verrijzen.

Om het project mogelijk te maken, zijn zeer belangrijke aanpassingen noodzakelijk aan bijvoorbeeld het openbare wegennet.

Ook hier staat de mobiliteitsproblematiek dan ook zeer centraal. Zo schorste de Raad van State in haar arrest van 30 maart 2017 opnieuw de milieuvergunning van het project. In de motivering vinden we terug dat het niet onredelijk is te veronderstellen dat er zich sinds de opmaak van het milieueffectenrapport in 2010 (op basis van verkeerstellingen en gehanteerde verkeersmodellen die op dat ogenblik beschikbaar waren) evoluties hebben voorgedaan die een negatieve invloed kunnen hebben op de beoordeling van de mobiliteitseffecten en de daaraan verbonden gevolgen voor de luchtkwaliteit.

Tot die vaststelling werd besloten op grond van het gegeven dat de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid van de Vlaamse leefmilieuadministratie er in haar advies op had gewezen dat de project-MER de mogelijke impact van het megaproject op de luchtkwaliteit had onderschat, omdat de verkeerssituatie werd voorgesteld met een niet-representatief verkeersmodel.

Naar aanleiding daarvan bracht de MER-coördinator een nota met aanvullende mobiliteitsgegevens bij op basis waarvan wordt besloten dat de project-MER voldoende gegevens bevat om de overheid die de vergunning moet afleveren in staat te stellen de milieueffecten van het project te beoordelen. Dit was evenwel niet voldoende overtuigend voor de Raad van State.

Deze rechtspraak van de Raad zet opnieuw in de verf dat de vaststellingen uit een project- MER voldoende actueel moeten zijn. Derhalve dient U rekening te houden met een actualisatie van de milieu-informatie, eventueel gepaard gaande met een openbaar onderzoek.

Mobiliteitsproblemen en grote bouwprojecten : het blijft een moeilijke combinatie. Laat U alleszins vooraf informeren zodat U in geval van betwistingen op de hoogte bent van de sterkten en de zwaktes van uw project en U de juiste beslissingen kan nemen.

Rudi Van Gompel

Anturlex advocaten

De dronken fietser en het rijverbod

U las ongetwijfeld wel eens over de ernstige strafrechtelijke gevolgen die fietsen onder invloed met zich meebrengen.

Het was immers verplicht voor de rechter om in dat geval het rijverbod uit te spreken en in praktijk dus het rijbewijs van de dronken fietser af te nemen. Dit werd wel eens als onrechtvaardig aangevoeld. Het is immers zo dat veel fietsers net de fiets en niet de auto nemen, omdat ze zich bewust zijn van de ernstige strafrechtelijke gevolgen en vooral menselijke drama’s bij het geïntoxiceerd/ dronken rijden met de auto.

Bovendien gebeurt het ook regelmatig dat de dronken fietsers geen rijbewijs hebben. In dat geval is een rijverbod uiteraard compleet zinloos.

Sedert 1 oktober 2017 is er echter verandering gebracht, in die zin dat het rijverbod niet langer meer verplicht is, maar facultatief. Concreter wordt volgende paragraaf in de wetgeving ingepast : “De rechter is niet verplicht om het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens of onderzoeken indien de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring.”

De rechter kan dus zelf beslissen of hij een rijverbod uitspreekt in het geval er een overtreding met de fiets wordt vastgesteld. Hetzelfde geldt voor het ‘herstel in het recht tot sturen’. Ook dan kan de rechtbank zelf beslissen of dit herstel afhankelijk moet gemaakt wordt van examens, medische en psychologische proeven.

In dit verband is het bovendien nuttig te duiden wat het verschil is tussen dronkenschap en intoxicatie in het verkeer. Deze zaken kunnen u mogelijks verwarren.

Het feit dat u geïntoxiceerd bent, betekent dat de ademanalyse een te hoge alcoholconcentratie aangeeft. Dronkenschap wil dan weer zeggen dat u door de inname van alcohol niet de vereiste lichaamsgeschiktheid/ beheersing hebt om een voertuig te besturen. Dit veruitwendigt zich regelmatig in uitwendige tekens, zoals rode bloeddoorlopen ogen, dubbele tong, het niet meer op een rechte lijn kunnen lopen…

Het is dus niet omdat u geïntoxiceerd bent, dat u dronken bent. Omgekeerd uiteraard wel.

Wat betreft het fietsen onder invloed, geldt het feit dat een rijverbod niet meer langer verplicht is zowel voor geïntoxiceerd fietsen als dronken fietsen.