Handelsagentuur

“De handelsagentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij, de handelsagent, door de andere partij, de principaal, zonder dat hij onder diens gezag staat, permanent en tegen vergoeding belast wordt met het bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken in naam en voor rekening van de principaal”.

De handelsagent en de principaal zijn natuurlijke of rechtspersonen en twee afzonderlijke handelsondernemingen met o.m. eigen ondernemings- en btw-nummer. De handelsagent zal facturen moeten maken voor zijn geleverde diensten. De principaal is geen werkgever van de handelsagent.

Indien zich een ondergeschikt verband (leiding en toezicht) voordoet, gaat het over een handelsvertegenwoordiger.

De handelsagent heeft dus een regelmatige en duurzame opdracht, wat niet belet dat deze halftijds, of als nevenberoep, of tegelijkertijd voor verschillende principalen kan uitgeoefend worden.

De wet is van toepassing van zodra de handelsagent tegen vergoeding bemiddelt. De opdracht tot afsluiting van de zaken is bijkomstig.

More info

Mijn pop-upregime

Pop-up’s. Iedereen kent het wel, maar hoe zit dat nu juist juridisch op het vlak van huurovereenkomsten?

Een pop-up is immers per definitie tijdelijk, daar waar een huurovereenkomst voor een handelspand vermoed wordt voor 9 jaar te zijn aangegaan volgens de Handelshuurwet.
Bovendien is de Handelshuurwet een bijzonder strenge wetgeving, die in zijn geheel niet in overeenstemming is met het achterliggende idee van een pop-upstore, pop-uprestauraunt, zijnde soepelheid, flexibiliteit…

Dit knelpunt is dan ook bij het Vlaamse Parlement beland, waardoor er op 17 juni 2016 een specifiek huurregime voor pop-ups tot stand kwam.

Wat moet u nu weten wat dit huurregime betreft?

More info

Misbruik van vennootschapsgoederen

Artikel 492bis Strafwetboek bepaalt:

“Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.”

Een toepassingsgeval van deze wetsbepaling vinden we in een recent arrest van het Hof van Cassatie van 17 maart 2015.

More info