Opgelet met ontslag van werknemer die progressief het werk mag hervatten tijdens langdurige arbeidsongeschiktheid

Feiten

In een zaak die in februari 2018 door het Arbeidshof van Brussel werd behandeld, kon een winkelverkoopster het werk progressief hervatten in een periode dat zij volledig arbeidsongeschikt was wegens kanker.

De werkneemster contacteerde hiertoe de winkelverantwoordelijke om de progressieve werkhervatting te bespreken. De werkgever reageerde door de arbeidsovereenkomst te beëindigen en een opzeggingsvergoeding te betalen. De reden voor ontslag was: “gebrek aan geschikt werk voor deze werknemer”. De werkgever stelde dat inmiddels een nieuwe verkoopster was aangeworven en het takenpakket was uitgebreid waardoor een bijkomende opleiding nodig was.

Vordering

De werkneemster vorderde een schadevergoeding wegens discriminatie op grond van handicap of op grond van de huidige of toekomstige gezondheidstoestand en ondergeschikt een schadevergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag.

Beslissing

Het Arbeidshof oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een handicap, aangezien de werkneemster na een lange periode van volledige arbeidsongeschiktheid nog zeker een jaar gedeeltelijk arbeidsongeschikt zou zijn en zij gedurende die periode slechts beperkt het werk kon hervatten. Daaruit besloot het Hof tot een langdurige aandoening die de werkneemster belet om volledig en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsleven deel te nemen.

De werkgever had de werkneemster bovendien niet geïnformeerd over het recht op een bezoek aan de arbeidsgeneesheer voorafgaand aan de werkhervatting. Door deze schending van de welzijnswet en het feit dat de werkgever noch de werkneemster, noch de winkelverantwoordelijke had gehoord, veegde het Hof de redenering van de werkgever van tafel waarbij hij stelde niet te weten van de verdere arbeidsongeschiktheid en van de vraag tot progressieve werkhervatting.

Het hof vervolgde dat er redelijke aanpassingen mogelijk waren die geen onredelijke belasting vormden:

  1. • De werkgever beschikte over verschillende winkelvestigingen en toonde niet aan dat er daar geen aangepast werk mogelijk was.
  2. • Wijzigingen in de werking van de onderneming komen frequent voor en mogen geen drempel vormen voor werkhervatting. Een opleiding kon hieraan perfect verhelpen.
  3. • De winstgevendheid van de onderneming in de bewuste periode bevestigde dat er geen economische noodzaak tot ontslag voorhanden was en dat de aanpassingen geen onredelijke belasting vormden.

De werkgever werd veroordeeld tot de forfaitaire schadevergoeding van zes maanden loon.

Conclusie

Een werkgever dient voldoende aanpassingen aan het werk en de werkpost te overwegen indien een werknemer het werk progressief wilt hervatten, zeker in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid of handicap.

Veranderingen in het verkeersrecht van toepassing vanaf 15 februari 2018

1) Particuliere houder kentekenplaat van geflitst voertuig moet identiteit bestuurder meedelen

Een particuliere houder van een kentekenplaat die van de politie een pv in de bus krijgt voor een verkeersovertreding, maar niet de bestuurder was op het moment van de feiten, is voortaan verplicht om de identiteit mee te delen van de effectieve bestuurder. Indien dit hij dit niet doet, riskeert hij een gevangenisstraf tot 2 jaar en een geldboete tot 4.000 euro.

Het niet meedelen van de bestuurder wordt voortaan strafbaar gesteld op basis van het nieuwe, tweede lid van artikel 29ter van de Wegverkeerswet.

Tot voor kort was het meedelen van de zogenaamde ‘onbekende bestuurder’ niet verplicht voor particuliere houders van kentekenplaten. Deze strenge maatregel moet zorgen voor een efficiëntere bestraffing van verkeersovertreders.

Voortaan zal de houder effectief moeten bewijzen dat hij niet de houder was. Indien hij er in slaagt om te bewijzen dat hij niet de bestuurder was, is hij verplicht om de echte identiteit van de bestuurder kenbaar te maken. Dit geldt behalve in geval van diefstal, fraude of overmacht.

De particuliere houder wordt dus verondersteld zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Indien hij dit niet doet, kunnen er zware sancties volgen. Dit gaat van een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en een geldboete van 50 tot 4.000 euro (of één van beiden). Daarnaast kan er een rijverbod worden uitgesproken voor minstens 8 dagen en maximaal 5 jaar of levenslang. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen de 3 jaar.

2) Strengere straffen voor vluchtmisdrijf en rijden zonder rijbewijs

Er wordt voorzien in strengere straffen voor vluchtmisdrijf en rijden zonder rijbewijs. In de wetswijziging is er vooral bijzondere aandacht voor een strengere aanpak van recidivisten.

• Vluchtmisdrijf

Er wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen:

-Ongevallen met alleen stoffelijke schade : gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden en een geldboete van 200 tot 2.000 euro (of één van die straffen).

-Ongevallen met lichamelijk letsel : gevangenisstraf van 15 dagen tot 3 jaar en een geldboete van 400 tot 4.500 euro (of één van die straffen) en met een rijverbod en voor een duur van ten minste 3 maanden en ten hoogste 5 jaar of levenslang.

-Ongevallen met dodelijke afloop : een gevangenisstraf 15 dagen tot 4 jaar en een geldboete van 400 tot 5.000 euro (of één van straffen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste 3 maanden en ten hoogste 5 jaar of levenslang.

-Recidive : nieuw vluchtmisdrijf binnen de 3 jaar:

  1. * een gevangenisstraf van 4 jaar en een geldboete van 400 tot 5.000 euro (of één van die straffen) bij een nieuw vluchtmisdrijf met stoffelijke schade
  2. * een gevangenisstraf van een maand tot 8 jaar en een geldboete van 800 tot 1.00 euro (of één van die straffen) bij een nieuw vluchtmisdrijf met lichamelijke schade of dodelijke afloop.

• Rijden zonder rijbewijs

Wie betrapt worden op het rijden zonder rijbewijs of een gelijkaardig geval, riskeert voortaan niet enkel een geldboete 200 tot 2.000 euro maar ook een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 jaar. Bij herhaling binnen de 3 jaar worden de straffen verdubbeld.

3) Verplicht alcoholslot

Ter aanvulling van ons vorige artikel betreffende het alcoholslot, hieronder de situatie zoals ze eruit zal zien vanaf 1 juli 2018:

Bij lichte alcoholintoxicatie vanaf 0,8 promille, zal de rechter nog steeds kunnen kiezen of hij al dan niet een alcoholslot oplegt. Vanaf 1,8 promille is de rechter in principe verplicht om altijd een alcoholslot op te leggen, tenzij hij meent dat dit geen adequate bestraffing inhoudt. Deze afwijkende beslissing zal altijd grondig moeten worden gemotiveerd.

Gelet op de hoge kost van het alcoholslot, wordt er nog steeds wettelijk voorzien dat de opgelegde geldboete kan worden verminderd met de kosten van het alcoholslot.

Zowel bij lichte alcoholintoxicatie als bij zware intoxicatie kan de rechter het alcoholslot uitsluiten voor bepaalde voertuigcategorieën. Deze maatregel dient in eerste instantie ter bescherming van professionele bestuurder. Denk aan een professionele vrachtwagenchauffeur, buschauffeur,…

Opgelet! In geval van recidive zal de rechter niet kunnen afwijken van het alcoholslot als verplichte sanctie. Bestuurders die binnen de 3 jaar opnieuw veroordeeld worden, krijgen hoe dan ook een alcoholslot vanaf het moment dat er een alcoholintoxicatie wordt vastgesteld van 1,2 promille of meer. Daarbovenop moet de rechter vanaf 1 juli 2018 ook altijd de 4 proeven en een rijverbod van minstens 3 maanden opleggen.

GDPR: dataverzameling in één legaal kader

GDPR. U heeft er vermoedelijk al van gehoord, maar waar staat het voor? GDPR ofwel General Data Protection Regulation (of de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)), is de nieuwe wetgeving aangaande het beheer en de beveiliging van persoonlijke gegevens van Europese burgers.

De wetgeving bestaat uit twee delen: enerzijds de Regulation, die van toepassing is op de bedrijfswereld, en anderzijds de Directive, voor overheidsdiensten zoals politie en justitie.

Hieronder zullen we ingaan op het belang voor u als firma.

U moet immers vanaf mei 2018 als bedrijf kunnen aantonen welke persoonsgegevens (naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, foto’s…) u verzamelt en hoe u deze data gebruikt en beveiligt.

Wat zijn de krachtlijnen van deze Verordening en vooral wat betekent dit voor uw bedrijf?

  1. -Transparantie: het is van belang dat bedrijven transparant zijn in hun gegevensverzameling en in de verwerking hiervan ten opzichte van de burger.
  2. -Data-overdracht: het de bedoeling dat gegevens eenvoudig kunnen overgedragen worden van de ene dienstverlener naar de andere (bv. om van energieleverancier te wisselen), waarbij de betrokkene dus het recht heeft persoonsgegevens in een gestructureerde, gangbare én elektronische vorm te verkrijgen.
  3. -Recht om vergeten te worden: data moet ook kunnen verdwijnen en de burger heeft hier recht op.
  4. -Meldplicht bij datalekken: bedrijven moeten datalekken verplicht melden binnen de 72 uur, tenzij er aangetoond kan worden dat het lek geen gevaar is voor de verzamelde persoonsgegevens.

In die zin zal u meer en meer vacatures zien verschijnen voor een Data protection officer, zijnde een persoon binnen het bedrijf die de werking van de GDPR binnen een bedrijf zal nakijken/ evalueren/ handhaven.

Het grote voordeel van dit nieuwe legale kader is uiteraard de eenduidigheid. Er is één heersende wetgeving (en geen kluwen aan wetten) waaraan bedrijven zich zullen moeten houden.

Indien u hierover vragen heeft, laat het dan zeker niet na ons hierover te contacteren.